Imkeren zonder bloemen , het gaat niet.
Toch zijn niet alle bloemen even belangrijk voor onze bijen.
De tuinen bermen en velden geven ook niet het hele jaar door bloemen die allen voor onze bijtjes interessant zijn.
Hieronder de tweede reeks wilde bloemen die in mijn tuin bloeiden. Het is een opsomming als een inventarisatie.
Eigenlijk komt het er nu op aan oog te hebben voor wat er bloeit en te noteren welke bloemen meest door bijen bezocht worden. Deze verdienen gekoesterd te worden.
Over bloemen beschikken is een eerste stap. Over voldoende bloemen beschikken is een tweede stap.
Het is me opgevallen bij kinderen hoe ze een beekje, een vijvertje tekenen. Het beperkt zich tot het tekenen van een groene lijn voor een beekje en een groene vlek voor een vijvertje. Het kan ook in blauw gekleurd zijn.
Wat daarbij afsteekt met het verleden? Een vijvertje of beekje tekenen dat was ondenkbaar zonder dat de boorden ervan met bloemen werden opgesmukt.
Vandaag werd ik opgebeld voor het scheppen van een zwerm. Alles verliep vlot. Er werd duchtig gepraat over bijen en we zijn bij de vijver beland.
"Ik doe er niks meer aan, ik laat de natuur zijn gang gaan" mijnheer de imker.
Het moet gezegd dat het plekje aantrekkelijk was, met een kwakende groene kikker verdoken tussen het groen. En in dat groen een resem inheemse planten die het vijveruitzicht van het verleden benaderde.
Mei, de bloemenmaand. Met grachten en beekjes waarin de adderwortel niet ontbrak.
De bloemenaartjes ervan, die door bijtjes worden bezocht, ontbraken hier nog bij het vijvertje. De plant zelf is een oeverversterker die geen problemen geeft bij het onderhoud en een sieraad is in de natuur.
Voor wat hoort wat… en morgen zal de adderwortel deel uitmaken van de natuurlijke bloemenweelde rond het vijvertje.
’s Avonds, bij het ophalen van de bijen, waren ze vertrokken. Voor niets gewerkt, maar de adderwortel wint opnieuw veld.
Bloemen in de bermen, bloemen in de tuinen, bloemen in de grachten.
Juni
1 juni:
blaassilene
vurige liefde
moerasgeranium
moeraskruiskruid.
3 juni:
muurpeper (een klein plantje dat vroeger massaal op de spoorbermen werd aangetroffen, welke als een geel lint door het landschap slingerde)
In zijn sas In volle zon tussen wat stenen of op wat steengruis.
muskuskaasjeskruid
groot kaasjeskruid
grote waterlelie
6 juni:
glitkruid
bosandoorn
klein kaasjeskruid
9 juni:
havikskruid (goede grondbedekker)
wederik
10 juni:
penningkruid (goede grondbedekker)
avondkoekoeksbloem
valeriaan
koolraapzaad
ganzerik
rolklaver
11 juni:
moederkruid
vogelwikke (slingert en woekert tussen andere planten)
16 juni:
kruipend St-Janskruid
duizendknoop
wit mottekruid (eenjarig, zaait zich gemakkelijk voort, maar verdient aandacht bij het wieden).
helmkruid
17 juni:
weideklokje (zaait gemakkelijk voort, verdient aandacht bij het wieden)
breedbladig klokje (zaait gemakkelijk voort, eenmaal gevestigd keren de bloemen ieder jaar terug)
St-Jacobsladder
pekkruid
wilde bertram
lavatera
madeliefje onuitputtelijk ( Een vijftiental jaren geleden was het plantje sporadisch voorkomend te noemen. Door meer aandacht voor de bermen, door het weglaten van het sproeien heeft het zich vermenigvuldigd en komt het nu veelvuldig op bermen en in gazons voor.)
Het laat zich gemakkelijk zaaien.
Als het maaisel van een madeliefjesgazon wordt uitgestrooid op bermen die door werkzaamheden van alle groen ontdaan werden, dan zijn deze, na een jaar, in een uitgestrekt madeliefjestapijt veranderd.
18 juni:
kattestaart (Bloeit prachtig in de rand van bermen, tuinen of grachten. Groeit hoog op vruchtbare grond, waardoor ze gemakkelijk neervalt onder het gewicht van regen of door wind.)
torkruid
borstelkrans
fraai saliekruid
kamille
muurleeuwenbek. Zoekt een plaats op muren, op stenen of steengruis.
pijpbloem
19 juni:
slangenwortel. Bloeit, als aronskelkachtige, in het water van (liefst beschaduwde) grachten of vijvers.
20 juni:
moerasspirea
klein streepzaad
23 juni:
hartekramp
24 juni:
brunella
guichelheil
25 juni:
kruipende blauwe tijm
lavendel
vlinderstruik (15 verschillende vlinders in mijn tuin, als gevolg van de aanwezigheid van de vele wilde planten?)
ruige klokje: doorlevende taaie plant met fraaie klokjes. Past in de grachtberm, in borders en tuinen. Gemakkelijk met zaad te vermenigvuldigen.
raket
herderstasje
krodde
29 juni:
moerasandoorn. Past in de berm van de gracht. Mooie bloem. Woekert gemakkelijk .
St-Jacobskruiskruid
slank walstro
bitterzoet
passiebloem
juli:
1 juli
hazepootje
6 juli
zandklokje. Laat zich gemakkelijk zaaien maar vraagt bescherming en geduld tot het kiemt en opgroeit. Een teer, praktisch verdwenen plantje dat door zaaien opnieuw een plaats kan vinden in bermen.
11 juli:
akkermunt
moerasscherm
doornappel
waterweegbree
heemst
marjolein
kamperfoelie
13 juli:
gele toorts
15 juli
heelblaadjes. Passen in de berm van de gracht. Vormt een wirwar van ondergrondse uitlopers.
agrimoon
bergcentaurie.
wilde tijm
zilverschoon
20 juli:
kaardebol
boerenwormkruid
berenklauw
engelwortel
25 juli:
gele zonnehoed
26 juli:
kruizemunt
leverkruid
hondspeterselie
guldenroede: veelvuldig door vlinders en insecten bezochte plant . Woekert gemakkelijk.
Augustus.
7 augustus:
paarse zonnehoed
heide Gemakkelijk door stekken te vermenigvuldigen. Topstekjes van een 8 à 10cm gebruiken. Stekken in oktober-november in heidegrond. Uitplanten in april-mei.
vuurvlindertje vliegt
10 augustus:
tandzaad
hennepnetel
wollige munt
watermunt
26 augustus:
wilde aster
adderwortel Herbloei van de plant. Minder massaal dan in mei.
Muskuskaasjeskruid: dankbare prachtige wilde plant die vroeger in vele tuinen voorkwam. Ze past in bermen en tuinen. Houdt van zon. Een felle bloeier in paars en wit. Plant zich door zaaien gemakkelijk voort. Door veelvuldig maaien en sproeien in bermen verdwenen. Bloeit tot bij het vriezen.
rode herfstanemoon
witte herfstanemoon
bosandoorn
31 augustus:
herfsttijloos
21 september:
aster.
Omer Burm.
terug naar beginpagina 66 jaar afwatering N70