PRECAMBRIUM
5 miljard-570 miljoen jaren geleden
In de oertijd was de aarde vormloos: een gloeiende massa, stof en gas.
De atmosfeer was gevuld met waterdamp, stikstof- , koolstof- en andere verbindingen, zonder zuurstof.
De aarde kreeg geleidelijk een vaste vorm.
Op het einde van het Precambrium ontstond het eerste anaëroob leven.
Dat is meer dan 500 miljoen jaren geleden.
Eencelligen ontwikkelden zich en later ook meercelligen, die zich door middel van een hard schild tegen de buitenwereld beschermden.
Trilobieten, brachiopoden,…schelpdieren deden hun intrede.
Het leven op aarde was begonnen.
Het gebied waarop Belsele later zou ontstaan dreef daar ergens rond, zonder beek, zonder bomen, zonder gras, zonder groen: een rotsachtige massa.
CAMBRIUM

570 – 500 miljoen jaren geleden
.Geleidelijk heeft de aarde vorm gekregen.
Continenten groeiden verder aan mekaar.
Op de rotsige bodem en in het water ontwikkelde een primitief leven.
Schelpdieren, weekdieren, sponsen, poliepen, kwallen en een primitieve plantengroei bevolkten de zeeën.
Het eerste bladgroen bracht zuurstof in de atmosfeer.
ORDOVICUM
500-430 miljoen jaren geleden
De oppervlakte van de aarde is afgekoeld.
De drijvende continenten groeiden geleidelijk aan mekaar en de planten verspreidden zich.
De zeebodems worden met sedimenten (bezinksel) opgevuld.
Zeeën worden minder diep en het zeepeil stijgt.
In afwisselend diepe en ondiepe zeeën ontwikkelt zich het leven verder. Op het einde van het Ordovicium ligt de grote landmassa (Gondwana) aan de zuidpool en wordt heel de wereld met ijs en gletsjers bedekt waardoor talrijke diersoorten uitsterven.
SILUUR
430 – 417 miljoen jaren geleden
Belsele ligt ten zuiden van de evenaar ter hoogte van het huidige Zuid-Afrika.
De meeste continenten liggen in het zuidelijk halfrond.
Het is een warme periode die gletjsers en ijskappen doet wegsmelten waardoor het zeepeil hoog staat en veel ondiepe gebieden overstromen.
Schelpdieren en koralen konden zich wereldwijd verspreiden. Krabben, spinnen, schorpioenen en de eerste vissen, kaakbenigen, deden hun intrede.
Algen en wieren verspreiden zich over de wereld.
Schimmels en mossen groeien nu ook buiten het water.
De allereerste vaatplanten doen hun intrede op het land.
De eerste landplanten zijn sporendragers. De rhynoiphieten, oervarens hebben nog geen bladeren, wel schubben. Het zijn de voorlopers van de varens.
De zuurstof in de atmosfeer neemt toe.
Waar ligt Belsele?
DEVOON
416-360 miljoen jaren geleden.
Avalonia-Laurentia-Baltica op de evenaar.
Zeer heet: rood zand (oud rood continent).
Caledonisch en Varistisch gebergte rijst omhoog.
Een ondiepe Devoonzee ontstaat.
Sedimenten in vlakten en zeeën:
Kalk, zand en klei vullen de diepten op.
Fossielen van vissen, amfibieën en schorpioenen.
Ondiepe zeeën drogen uit. Zeedieren moeten zich aanpassen: longvissen, spinnen, duizendpoten,…
De eerste varens doen hun intrede.
CARBOON
345-280 miljoen jaren geleden.
Gondwana schuift tegen Laurasie. De tussenliggende sedimentlagen worden als een harmonika samengedrukt.
Caledonisch en Varistisch gebergte rijzen omhoog.
Aardplaatverschuivingen doen de zeebodem dalen.
De afwisselend diepe en ondiepe Devoonzee breidt uit met geweldige plantengroei en veenvorming, gepaard met zand-, klei- en kalkafzettingen.
Er ontstaat steenkool, kolensteen, kalk- zand- en leisteen.
Amfibieën, reptielen, libellen bevolken de wereld. Eerste eieren op het land..
Reuzevarens, -wolfsklauwen en reuze-paardestaarten nemen het land in.
De zuurstof bereikt een hoogste punt in de atmosfeer.
PERM
299-251 miljoen jaren geleden.
In de door hitte uitdrogende ondiepe zee kristalliseren opgelost zout en kalk. Er vormen zich dikke zout- en kalklagen, die verder met zand bedekt worden.
90% van de zeedieren en 70% van de landdieren sterven uit.
Wie zich kan aanpassen blijft leven.
Coniferen, ginkgo, palmvarens, op droge gronden.
Dieren leren vliegen, leren lopen en ontwikkelen ogen en voelsprieten.
Spinnen, libellen, de eerste vleeseters.
Amfibieën, reptielen leggen eieren en worden onafhankelijk van de zee.
Landdieren breiden uit. De eerste zoogdieren zien het levenslicht.
Belsele blijft boven water in evenaarsgebied.
TRIAS
248 – 206 miljoen jaren geleden
Belsele ligt ter hoogte van de huidige Sahara
Alle continenten zijn verenigd tot het Pangea. De Alpen bestaan nog niet. Vanuit het zuiden dringt de zee tot in Wallonië door. Ook Nederland is overspoeld. Vlaanderen gelegen op het Massief van Brabant blijft droog. Het is een heel onrustige periode met heel veel tectonische activiteit. Er ontstaan slenken maar het latere Belsele blijft boven water.
De plantengroei op het land neemt geweldig toe.
Kikkers, krokodillen en schildpadden bevolken het land en ook de eerste dinosauriërs lopen rond op het reuzecontinent.
JURA
190-136 miljoen jaren geleden.
Het Pangea versnipperde: Amerika los van Europa. De Thetysoceaan tussen Europa en Afrika gedrukt. Een ondiepe zee overspoelde Europa.
Het Brabants Massief werd een eiland.
Door droogte, hitte en uitdrogende ondiepe kalk- en zoutzeeën bleven veel dieren uitsterven.
Reptielen pasten zich aan, werden levendbarend, en veroverden het land. De eerste vogels vlogen in het luchtruim.
Apenboom, taxussen, overwegend naaldbomen.
Ginkgo’s loofbomen. Nog geen bloemplanten.
Olie- en gasvorming op de bodem van de zee.

VROEG-KRIJT
144 – 65 miljoen jaren geleden.
Warm en vochtig. Geen poolkappen. Gem. temperatuur 15° C.
Noord-Amerika drijft weg.
De N-Atlantische oceaaan ontstaat.
Het land wordt overspoeld.
De zeebodem rijst en daalt.
Veel dieren sterven, de dinosaurussen breiden uit.
Grassen bezetten de vlakten.
Dennen gaan overheersen.
Belsele is nog niet overspoeld.
LAAT-KRIJT
99 – 65 miljoen jaren geleden
In deze periode beginnen de Alpen zich te vormen en verdwijnen België en Nederland onder water.
Belsele ligt voor miljoenen jaren op de bodem van de zee en wordt met 100m dikke kalklagen bedekt. Dit krijt, dat in Belsele diep in de ondergrond zit komt hier en daar wel aan het oppervlak. Het is het krijt van de Franse en Engelse kusten en de mergelgrotten in Limburg. Het bevat heel veel fossielen.
De aarde wordt bevolkt met insecteneters en kleine zoogdieren. In deze periode verschijnen eindelijk de eerste bloemen.
‘n Meteorietinslag in Mexico op het einde van deze periode zal er mede de oorzaak van zijn dat meer dan de helft van de dierenwereld uitsterft.
In het Krijt was Belsele overspoeld door de zee.
De zeebodem waarop Belsele toen rustte werd met krijt bedekt. Dat is gebeurd over een periode van 65 miljoen jaren. De krijtlaag die toen is afgezet bedraagt een honderdtal meter. Het is een krijtlaag van organische oorsprong: microspopisch kleine en grotere schaaldiertjes bevolkten de zee. Hun skeletten hebben de krijtlagen opgebouwd. Van een beek was er toen nog geen spraak. Alleen de bodem waarin een beekje zich zou kunnen uitspoelen werd gereedgemaakt.
(0,01mm per jaar gedurende 10 miljoen jaren is 100.000 mm sedimentlaag, die is dan 100m dik.)
PALEOCEEN
65 tot 55 miljoen jaren geleden
Vlaanderen (Belsele) en Nederland blijven overspoeld. Engeland en Frankrijk zijn met elkaar verbonden. In het zuiden van Europa vormen zich de Alpen.
Door het dalen en het rijzen van de zeebodem worden de kustlijnen verplaatst. Het huidige Hageland en de Vlaamse Ardennen zijn kustgebieden
Op de krijtlagen van Belsele worden van nu af zanden (ondiepe zee) en kleien (diepe zee) afgezet. Uiteindeljjk wordt hier een 200m dikke zand- en kleilaag gevormd.
65-55 miljoen jaren geleden.
De Belselebeek in het Paleoceen.
De Alpenvorming is bezig.
Het zuiden van België rijst boven water.
Vlaanderen en Nederland zijn overspoeld.
Vlaamse Ardennen en Hageland zijn strandgebied. Daar wordt het landschap uitgeschuurd en geërodeerd..
Rivieren en beken maken diepe beddingen.
Belsele blijft op de bodem van de zee.
Van een Belselebeek is er nog geen spraak.
Zand en klei bedekken de krijtlagen .
EOCEEN
53-37 miljoen jaren geleden
Groenland schuift weg van Europa en de Noord-Atlantische oceaan opent zich naar het noorden. Engeland blijft met Europa verbonden en belangrijke delen van Europa liggen boven de zeespiegel.België maakt deel uit van een vrij kalme zee waarin voornamelijk klei wordt afgezet : De klei van Ieper. Ook Belsele wordt bedekt met deze kleilaag.
Het is een zeer warme periode en wereldwijd komen er bossen voor. De kleine zoogdieren leven in holen en de vogels bevolken de boomkruinen. De reuzereptielen zijn uitgestorven.
55 tot 37 miljoen jaren geleden.
De zeespiegel stijgt en daalt.
Belsele blijft onder water en .wordt afwisselend bedekt met zand- en kleilagen: Landeniaan, Ieperiaan, Paniseliaan, Lediaan, Bartoniaan en Tongeriaan..
Deze afwisselende zand- en kleilagen zijn afkomstig van Hageland en Vlaamse Ardennen en meer zuidelijk gelegen gebieden die boven water uitstaken en die door beken en rivieren werden uitgeschuurd en geërodeerd..
In de ondergrond van Belsele ruim 200 m dik.
De bodem waar de Belselebeek in zal stromen werd voorbereid.
Van de Belselebeek is er nog geen spraak.
OLIGOCEEN
34-24 miljoen jaren geleden
Amerika drijft weg maar Engeland is nog steeds aan Europa verbonden.
Het klimaat verkilt aanzienlijk en er worden ijskappen gevormd waardoor de zeespiegel daalt met ongeveer 60m.
Nederland en België blijven wel overspoeld en worden bedekt met klei, de Boomse klei. Vroeger het Rupeliaan genoemd. Nu Groep van Rupel, Formatie van Boom, Lid van Belsele-Waas.
In de rest van Europa ontstaan grote open vlakten met grassen, waar grote zoogdieren rondlopen.
Door het veranderende klimaat ontstaan ook bomen die hun bladeren kunnen verliezen tijdens de winter.
Rupelklei
Oligocene afzettingen.
34-24 miljoen jaren geleden.
Boven het Eoceen werd een dikke laag Rupelklei afgezet van Waasland tot Haspengouw en Limburg.
De noordelijk afwaterende rivieren zijn achter de kleilaag blijven hangen: Durme, Schelde, Rupel, Dijle. Ze schuurden de Vlaamse Vallei uit.
Met een Pré-Belselebeek waterden ze, toen nog niet over Antwerpen, maar rechtstreeks af naar zee.
MIOCEEN
26 – 5 miljoen jaren geleden.
Door de zeespiegelrijzing komt de zee tot in Keulen. Belsele ligt terug op de bodem van een diepe zee en er worden weerom zanden en kleien afgezet. In het laat Mioceen komt Belsele terug boven water maar ligt aan de kust. Rivierbeddingen spoelen zich weerom uit. De Boomse klei die eerder werd afgezet biedt weerstand.
PLIOCEEN
5-2 miljoen jaren geleden
Tijdens deze periode verschuift de kust noordwestwaarts. Belsele rijst definitief boven water maar ligt in een grote kustvlakte met meren en geulen. Diepe dalen worden uitgeschuurd.
De afwatering van Hageland wordt op weg naar de zee geblokkeerd door de Boomse kleilaag.
De loop van de
BELSELEBEEK is voorbereid.
5-2 miljoen jaren geleden.
Belsele is definitief boven water gekomen.
De sedimentatie houdt op.
Belsele is een kustgebied.
De zee ligt ten noorden van Belsele .
Het Laat-Mioceen vulde de in de klei uitgeschuurde geultjes en beekjes weer op.
Het Plioceen spoelt ze weer uit.
De Belselebeek ligt in het vooruitzicht.
De Boomse-kleirug belet de zuidelijke afwatering om over Belsele te stromen, die wordt westwaarts naar zee geleid.
Het plaatselijk vallend regenwater wordt over de Boomse-kleilaag wel noordwaarts naar zee geleid..
VROEG-PLEISTOCEEN
1,8-0,8 miljoen jaren geleden
Deze periode wordt gekenmerkt door verschillende ijstijden waarbij de ijskappen sterk uitbreiden. Hierdoor daalt en rijst de zeespiegel met zo’n 50m.
De kust is in de huidige Noordzee gelegen en Vlaanderen en Nederland liggen boven water.
Engeland is nog aan het vasteland verbonden.
Opgeheven Boomse klei dwarst de afwatering van de rivieren.
Belsele, op de Boomse klei, watert rechtstreeks af naar de Noordzee.
MIDDEN-PLEISTOCEEN
850.000-130.000 jaren geleden
Ook nu is het afwisselend warm en koud. Nederland is voor 75% met landijs bedekt. Hierdoor kunnen de rivieren niet naar het noorden afwateren maar breken de rivieren door naar het zuiden: het Nauw van Kales ontstaat.
De Boomse klei wordt Wase cuestarug.
Het
Belselebeekdal krijgt vorm.
LAAT-PLEISTOCEEN
130.000-10.000 jaar geleden
Ook nu volgen glacialen en interglacialen elkaar op waardoor de ijskappen telkens weer uitbreiden en inkrimpen. De kust volgt de hoge en lage waterstanden.Tijdens de glacialen worden er grote strand- en riviervlakten gevormd en onstaan er zo
zee-, land- en rivierduinen (donken).
Rivieren en beken kunnen nu ook diepe beddingen uitspoelen. Ook nu blokkeert de Boomse klei de afwatering en wordt de Wase cuesta derder gevormd.
Berken, dennen, linden, esdoorns, eiken, elzen, hazelnoten, bebossen het landschap.
De Vlaamse Vallei.

1,8 - 0,8 miljoen jaren geleden.
De zeespiegel rijst en daalt herhaaldelijk tot 50 m.
De kustlijn verplaatst zich heen en weer.
Bij laag zeeniveau schuren zich diepe dalen uit.
Tertiaire zanden eroderen en worden in zee afgezet
Bij hoog zeeniveau worden de valleien weer opgevuld.
De tertiaire zanden worden dan weer in de vallei afgezet.
Bij laag zeeniveau lagen de stranden bloot.
Koude noordenwinden en koude winden van de gletsjerwanden bliezen dan het zee- en gletsjerzand naar land.
De hele Vlaamse Vallei werd er mee opgevuld en het land werd er mee bedekt.
Die zanden zijn de dekzanden die heel Vlaanderen bedekken.
Belsele werd er mee overdekt.
De dalen werden er mee gevuld en weer uitgeschuurd.
De Belselebeek zoekt een weg.
Kale-Durme
Een nieuwe weg naar zee.
10.000 j. geleden.
De afwatering der Vlaamse Vallei werd gehinderd door aanstuivend zeezand, afgezette sedimenten en meegesleurde plantenresten van de rivieren.
Tussen Maldegem en Stekene ontstond een afdamming.
De rivieren van de Vlaamse Vallei vonden langs Antwerpen een nieuwe uitweg naar zee.
De Leie sloot aan op de Schelde, de Kale op de Durme.
De Belselebeek sloot aan op de Kale-Durme en waterde mee af in een spiraaltracé over Antwerpen naar zee.
HOLOCEEN
10.000 jaar tot heden
Het is de periode waarin we nu leven en door metingen: op zoek gaan naar het verleden.
Zo’n 7000 jaar geleden eindigde de laatste ijstijd en door het smelten van het landijs stijgt de zeespiegel. Rivieren passen zich aan.
De Kale –Durme. en de Schelde zochten een weg naar zee langs Antwerpen.
De Belselebeek stroomt in spiraaltracé naar zee
Het natuurlandschap wordt cultuurlandschap.
De Tong van Belsele
Belselebeek en Schoonhoudtbeek.
Te Belsele in de Boomse kleilagen van de zachte helling van de Wase Cuesta is een dubbel dal uitgespoeld.
Het heeft de vorm van een gespleten slangentong.
We noemen het de "Tong van Belsele."
Die omvat twee beken: de Belselebeek en de Schoonhoudtbeek.
Beiden ontspringen op de hoogte van Waasmunster
Ze voeren het regenwater af en het water dat uit de stuif- en dekzanden uitsijpelt.
Belselebeek: Een spiraalloop naar de zee.
10.000 jaar geleden.
.
De Vlaamse Vallei werd afgedamd tussen Maldegem en Stekene.
De rivieren konden niet meer rechtstreeks naar zee afwateren.
Een groot gebied liep onder water en werd in moeras herschapen.
De rivieren vonden geleidelijk een nieuwe uitweg naar zee langs Antwerpen.
Naast Leie-Schelde ontstond de Kale-Durme.
De Belselebeek waterde af naar de Kale-Durme.
De Belselebeek volgde voortaan een spiraaltracé naar zee.