DAG VAN DE AARDE, 25 APRIL 1999.

GELEIDE WANDELING LANGSHEEN DE BELSELEBEEK.

BELSELE EEN RUSTIGE GEMEENTE.

1° We staan hier op het dorpsplein, op een droge zandrug, een uitloper van de berg van Waasmunster.

We kennen de Vlaamse Ardennen met de Kluisberg, de Rode Berg, de Zwarte Berg en nog andere. Het zijn getuigebergen die ons nog vertellen hoe hoog Vlaanderen vroeger is geweest, welke zandlagen Vlaanderen hebben bedekt. De berg van Waasmunster is ook zo een berg, dichter bij de zee gelegen en minder hoog omdat de bovenste zandlagen door de erosie vlugger zijn weggespoeld (35 m. hoog).En de zandrug waarop Belsele groeide is daar een uitloper van. (Van 27 naar 10 m. hoog). Hoger, op dezelfde zandrug, ligt Heimolen van waaruit later Tereken en Sint-Niklaas zijn gegroeid. De hoge droge zandrug tussen twee beken (Belselebeek en Ransbeek, Sint-Andriesloopje) die vlakbij lagen op een 200 m van mekaar was een geschikte vestigingsplaats De zandrug is hier de waterscheiding tussen die beken: de regen die aan de overkant van de weg valt watert af naar Puivelde, de regen die valt langs deze kant watert af naar Sinaai.

Droog wonen en proper water zijn noodzakelijk om te leven. Het leven speelde zich af rondom een dries waar ganzen en varkens vrij konden rondlopen. Er kwamen een begraafplaats en een bidplaats. Ook de Romeinen oordeelden dat Belsele een geschikte vestigingsplaats was tussen de bossen en moerassen van de Menapiërs. Later werd de hoge zandrug ook een geschikte plaats voor het bouwen van molens: 4 molens in de Molenwijk, 1 op de Kouter, 1 op de Ossenhoek en 1 op Patershoek. Samen 7, hoog in de wind.

Toen men bodembewerking aanving werd de grond rondom de dries en op de wanden van de zandrug afgebakend: ieder zijn bewerkt perceeltje. Tot de laatste eeuw is de rust te Belsele blijven heersen. Van dan af hebben urbanisatie en wegenbouw die rust fel aangetast. De wandeling die we gaan maken loopt door de Meerskens, door "Het Slakhuis", door "het Waterschoot", in de geologie bekend als "De Tong van Belsele."

Die Meerskens zijn door bouwplannen bedreigd. We kunnen ons afvragen of rust in Belsele nog mogelijk zal zijn. De wandeling loopt door de "Tong van Belsele": We zullen die ervaren als de beek en de erbijhorende Meerskens (Zie kaart "Situering Belselebeek"). We verlaten de hoge zandrug en dalen af langs de Pastorijwegel naar de lager gelegen Meerskens.

De Pastorijwegel is de wegel naar de Tong van Belsele, naar de Meerskens, naar de Belselebeek, naar het Waterschoot, naar het "Slakhuis". De wegel naar de Pastorij, de wandelwegel van de pastoor om te brevieren. Het klokje op de Pastorij is verdwenen: het kon niet teruggeplaatst worden. Het zou ons herinnerd hebben aan de stilte van weleer toen het getingel voldoende was om Mijnheer Pastoor naar huis te roepen als hij nodig was.

2° We daalden ongeveer 3m naar beneden. Afwateren mag bijgevolg voor het dorp van Belsele geen probleem zijn.

Voor ons liggen de Meerskens, de Tong van Belsele doorsneden door de rijksweg N70. Het is hier een gespleten tong: een deel naar het oosten, een deel naar het zuiden.

Links in de verte zien we de begrenzing van de Meerskens aan de KMO-zone en rechts de begrenzing door de loop van de beek. De bodem van de Meerskens bestaat uit "Schuifzanden", die naar beneden schoven na het smelten van het ijs der ijstijden en bij 't uitsijpelen van het grondwater. Ze vulden het dal achter de noord-zuidelijke stuifzandrug van Stekene naar Waasmunster. De beek heeft hier vroeger uiteraard veel dieper gelegen. Te vergelijken met de west-oostelijke stuifzandrug van Maldegem naar Stekene waarachter zich de Moervaartdepressie ontwikkelde, maar hier veel kleiner.

Als we hier staan kunnen we terugdenken aan de Voor-ijstijden toen een groot deel van Vlaanderen deel uitmaakte van de Vlaamse Zee. Het Vlaamse Dal waterde toen af langs een groot estuarium rechtstreeks westwaarts naar de Vlaamse Zee. (Dus niet langs de Schelde).
We spreken over de "Meerskens" omdat ze klein van oppervlakte zijn. Ze zijn echter geologisch belangrijk, het hoogste deel van de "Tong van Belsele". Zo belangrijk dat ze in de geologie met een eigen naam bedacht werden Meersen staan 's zomers droog, maar 's winters zijn ze sompige moerassen, dan komen ze regelmatig onder water omdat ze niet kunnen uitsijpelen door de hoge waterstanden in de beek. Flora en fauna zijn uiteraard speciaal te noemen, helemaal anders als op een stuifzandrug. In de lente kunnen de Meerskens zich als echte bloementapijten ontplooien. Daarvoor is echter een ecologisch beheer nodig: niet ploegen, niet besproeien, niet bemesten, begrazen. Speenkruid, pinksterbloem, muskuskruid, ereprijzen, akkermunt, madeliefjes, muizestaartje, boterbloemen, klaversoorten, Sint-Jacobskruiskruid, weideklokjes, witte, gele en gevlekte dovenetel, veldkers, zwanebloem, waterdrieblad, gele lis ,leverkruid, valeriaan, moerasspirea, moeraskers, veldkers, beekpunge, egelskop, riet, liesgras, grassen, mossen, varens, akkerviooltje, maarts viooltje, russen en paardestaarten, zegge, moeraszurkel, gewone zurkel en laat ons de adderwortel niet vergeten. Ze gaven kleur en charme aan het landschap We ontmoeten er de typische waterminnende bomen: es, wilg, els en vuilboom voelen er zich in hun element. Tot een 50 jaar geleden werden de Meerskens telkenjare herschapen in een gulden vlakte met wijmenvelden. De velden werden omzoomd met wilgentronken, de knotwilgen. Bemerk de mooie knotes op de rand van de beek. We kunnen ons een wandelweg voorstellen langs de beek afgezoomd met een dubbele rij van dergelijke planten. Mooi en een ideale oeverversterking zonder keien en steenbrokken.

We staan op een nog rustige plek die fel bedreigd is. Zijn er nog mogelijkheden om hier rust te bewaren? Een wandelweg langs de beek, over heel haar lengte, is nog mogelijk. (Een voetpad langs de straat is geen wandelpad). Een groene zone langs de hele loop van de beek is ook nog mogelijk. (Dan moeten nu voorzieningen getroffen worden naar de toekomst toe.) Langs de beek een wandelweg met een veilige en rustige verbindingsfunctie naar de omgeving. Hier in Belsele is dat nog mogelijk langs een natuurlijke maar fel bedreigde beek.

Bij hevige stortbuien kan de beek het vele water niet slikken: de oorzaak daarvan is de duiker onder de spoorwegbedding van de lijn Antwerpen-Gent. Daar kan dan het waterpeil van de beek stijgen met ruim drie meter, dit veroorzaakt alzo een overstroming die tot hier reikt. De ophoging en bebouwing van de Kasteeldreef, de ophoging van de Meerskens en de vernauwing van de duiker onder de N70 zijn als dammen in het dal die de overstroming vergroten.

3° We staan aan de voet van het viaduct, aan de N70. De aantasting van de rust is hier een feit: geluidshinder, gevaar, licht- en luchtvervuiling.

Om het niet-plaatselijk-verkeer buiten het centrum te houden is deze weg aangelegd (1938). De ophoging van de weide aan de voet van het viaduct is een voorbereiding voor verdere verkeersuitbreiding. We stellen vast hoezeer de omgeving erdoor bedreigd wordt: het laagste gebied werd het hoogste. Deze ophoging doet het waterniveau van de beek stijgen met het gevolg dat bij felle regen het afwateren van de baan naar de beek onmogelijk is geworden, dan watert de beek af naar de baan. Hier vertrekt de nieuw aangelegde collector naar het zuiveringsstation te Sinaai. Het huishoudelijk afvalwater van de Populierenwijk en van de Mierennest wordt hier opgenomen in de collector. Het was voor Sint-Niklaas de aanvang tot het inrichten van een gescheiden rioleringsysteem. Het zou een kleine ingreep betekenen om hier het afvalwater van de langsgracht van de N70 in de collector op te nemen en ze voor vervuiling te vrijwaren. Het zuiver maken van het water van de beek is een reden te meer om het beekgebied te waarderen naar de toekomst toe.

Op weg naar de oude spoorwegbedding verlaten we de Meerskens van de Tong van Belsele aan de KMO-zone. We letten daar op het hoogteverschil. De KMO-zone ligt buiten de Meerskens op hogere bodems die nog verder werden opgehoogd. (De oorspronkelijke rand was er een halve meter hoger dan de Meerskens, aan de duiker van de Paradijsbeek is dat hoogteverschil nog duidelijker merkbaar.)

4° De oude spoorweg verbond Sint-Niklaas met Dendermonde.

De brede baan, de Hulstendreef, is aangelegd op de plaats van het voormalige station met de eraan verbonden loskaai van het goederenverkeer. Aanvankelijk moesten de reiskaartjes afgehaald worden waar nu "Oud Belsele" gevestigd is. Later is er een station gebouwd. Het was er de drukste plaats van de gemeente: bloemen, boompjes, mijnhout, bier, mout, granen, aardappelen, bieten, rapen, pulp, vlas, petroleum, benzine, meststoffen, kolen, koeien, schapen, paarden werden er gelost en geladen. Er vlak bij waren de aalputten van Van Der Borght, het depot van de Amerikaanse Petroleumcompagnie en de Boerenbond gevestigd. Door de aanleg van deze spoorweg werd de Pestwegel gekruist: hij werd omgelegd. Hij werd naast de loskaai geplaatst en kruiste hier, op de plaats waar we staan, de spoorweg.

Er waren hier drie voetwegels: de Pastorijwegel, de Pestwegel en de Paradijswegel.

Pestwegel? Paradijswegel? Het heeft met pest en paradijs te maken. Het roept beelden op van pestlijders die uitgebannen werden en met een bel moesten te kennen geven dat ze aan pest leden. Pestwegels om te gaan beewegen om bevrijd te blijven van pest. En Paradijswegel? Een wegel waar het paradijselijk was om te wandelen? Of de wegel naar de verblijfplaats van uitgebannen pestlijders op weg naar het Paradijs? (Hij is naar 't Paradijs, hij lijdt aan pest, hij is afgeschreven?) Paradijselijk om wandelen waren de wegels heel zeker. Zowel burgemeester als pastoor, timmerman als smid, tuinder als boer kon men op wandel ontmoeten. De kinderen plukten bloemen en maakten kransen. Die oude wegels terug tot leven roepen zou onzinnig zijn. Hun functie is voorbijgestreefd. Maar een rustige wandelwegel binnen het bereik van iedereen is in deze gestresseerde tijden zeker te verantwoorden. We mogen zeggen zeer wenselijk. Het viaduct is gebouwd voor 1938. Tientallen betonnen palen werden hier ter plaatse gegoten en in de grond geklopt door "Pieux Francqui", ik schat dat ze een tiental meter lang waren. Dit omwille van de ondergrond.

5° Malpertuyslaan. Samen met de spoorbedding en de rijksweg een aantasting van de Meerskens van Belsele.

Om die te realiseren werd een beekje dichtgegooid. De afwatering gebeurt nu bergop, langs een inderhaast gegraven gracht, naar de langsgracht van het viaduct (Zie de konduiten).

Links zien we de opgehooge loskade van de steenbakkerij "Waesbric" van de familie Roggeman. Een steenbakkerij, concurrentie voor SVK te Sint-Niklaas welke de omliggende gronden opkocht en alzo uitbreiding belette. Gebombardeerd tijdens de oorlog (Om een concurrent uit te schakelen hoorde ik een toenmalig werkman grinniken). Bij het opmaken van het gewestplan definitief van de kaart geveegd: de gronden zijn nu Natuurgebied en landbouwzone op loskadegronden.

Rechts zien we weer, wandelend op de oude spoorwegbedding, zeer duidelijk de grenslijn van de vlakke Meerskens en de stijgende lijn van de bodem naar de hoogte van Waasmunster en het einde van de zone der welvingen van de bolle akkers.

6° We wandelden op een spoordam die een duidelijke afdamming is van het dal van de Belselebeek.

De afwatering wordt hier beperkt door de afmetingen (1m/1.30m) van het konduit, hier onder onze voeten.

We staan boven de Belselebeek, de gemetste beekbodem belet de beek om een diepere bedding uit te schuren, hij ligt op 15.10 m. boven de zeespiegel. Het water stijgt hier tot bijna 17m TAW bij overstroming. De beek maakt deel uit van de Meerskens, ze slingert er doorheen. Het water is in twintig jaar nooit zo proper geweest. Hier is dat niet het gevolg van de opvang van rioolwater in collectoren, die liggen meer stroomafwaarts. De dure miljoenenuitgave voor verplichte aanleg van mestopslagputten op de landbouwbedrijven ligt aan de oorsprong. Het is nu afwachten of burgers en gemeentebesturen even bereidwillig de voorschriften tot lozing van hun afvalwater zullen naleven.

De bodem is weer zoals vroeger bedekt met stukjes ijzeroer en zand. De plantengroei is zich ook gaan herstellen: moerasscherm, waterkers, fonteinkruid, beekpunge, waterpest, waterpeper, waterweegbree, sterrekroos geven weer leven aan de beek De stekelbaarsjes zijn hier nooit helemaal weg geweest, ze zijn hier nu reeds volop aanwezig. De beek was een geliefkoosde plek voor paling. Bij mijn weten is de laatste gevangen in 1988 (750 gr.) Op sommige dagen konden we de glasaaltjes, jonge palingskens, tegen de stroming zien opzwemmen. Ze werden geschept en in vijvers geplaatst. Kikkers en salamanders waren vroeger massaal aanwezig: door beveiligde paaiplaatsen zijn ze zich opnieuw aan het verspreiden. Ruggezwemmers, waterschorpioenen (tenenbijters), geelrand en geelrandtor, bloedzuigers, larven van libellen en waterjuffers vinden reeds een plaats in het aanwezige groen. Watersnip, houtsnip, reiger, valk, buizerd, eend, bosrietzanger keren nog ieder jaar weer. Steenuil, witgatje, oeverlopertje, ijsvogel, leeuwerik zijn de laatste tien jaren achterwege gebleven: hopelijk keren ze terug. (Deze maand hoorden we opnieuw het steenuiltje.) De knotwilgen waren praktisch volledig uitgeroeid. De els als oeverbeplanting eveneens.

We staan hier ook vlakbij een populierenbosje waar muskuskruid, een typisch Belselebeekplantje, nog welig voorkomt tussen speenkruid en andere moerasplanten. Voorheen overal aanwezig, nu nog een laatste restje, weldra verdwenen.

7° We volgen hier de Pastorijwegel dwars door de Meerskens, midden in 't Waterschoot.

Waterschoot, de plaats waar al het water van de omgeving (ongeveer 3 km²) samenspoelt in de Belselebeek, (hier wordt ze de Waterschootbeek genoemd) met een verval van 17 m vanaf haar hoogste punt (Waasmunster Hert). De wegel was afgeboord met knotwilgen en lag tussen een beekje en een grachtje of tussen twee grachtjes zodat hij goed kon uitsijpelen om de begaanbaarheid te bevorderen.70 jaar geleden liep hij dwars door wijmenvelden. Als die in bloei geraakten was het hier een vuurzee met gonzende bietjes en zingende vogels. Toen de wijmenvelden verdwenen hebben we hier de mooiste bloemenweiden gekend, ook verzuurde ongebruikte biezenvelden, tot men is begonnen met het jaarlijks bewerken van de Meerskens, voorafgegaan door algemene besproeiing als onkruidbestrijding.

Het is hier een streek waar de torenvalk zich thuis voelt: muizen zijn hier voldoende te vinden. Ook het steenuiltje was hier een alledaagse verschijning: het leefde in de holen van de knotwilgen die hier massaal aanwezig waren.Bunzing, wezel en hermelijn vonden hier wat ze nodig hadden: muizen, konijnen, hazen en kippen. Het hermelijntje zal waarschijnlijk verdwenen zijn. Bunzing en wezel worden nog regelmatig waargenomen.Ooit heeft de otter hier geleefd. Langs de korte cuestabeekjes van Elversele en Sombeke naar hier verzeild? Hij is vervangen door een overvloed aan muskusratten.

De Meerskens worden aangezien als onvruchtbare gronden, daartegenover worden ze door landbouwers die ze bewerkt hebben als hun vruchtbaarste akkers beschouwd: 's zomers voldoende vocht en gedraineerd door goed onderhouden grachten en de beek. Moeilijk te bewerken waren ze heel zeker toen alles nog door handwerk moest gebeuren.

8° We wandelen hier door een sedert mensenheugnis bewoonde zone, een oude landbouwerswijk: het Waterschoot.

Hij ligt hoger dan de Meerskens. We wandelden er door en zien zuidwaarts de waterscheiding van Belselebeek en Schoonhoudtbeek.

9° We wandelen langs de oude spoorbedding opnieuw naar het diepste punt van de streek, de Belselebeek.

We wandelen langs een nieuwgegraven afwateringsgracht. Deze gracht is gegraven om het regenwater, van de zuidoosteljke velden langs de oude spoorbedding, uit de riolering van de Populierenwijk te houden. Proper water hoort immers thuis in de beek, niet in de rioleringen.Deze gracht voorkomt ook overstroming in de Bergstraat, waar het water eertijds in de te nauwe riolering moest opgenomen worden.

10° We staan op de spoordam, een dam dwars door de vallei, een hindernis voor de afwatering als het konduit niet is aangepast.

Dergelijke dammen zijn oorzaak van overstroming: alle kleine konduitjes worden uitgeschakeld en alle water wordt naar het enige overblijvende konduit geleid zonder dat de afmetingen ervan worden aangepast.

We richten onze aandacht nog eens op de rust die hier nog heerst. We kijken nog eens naar het uitzicht op "De Tong van Belsele". Als hier gebouwd wordt zijn die rust en dat uitzicht verleden tijd.

De spoorweg wordt tegenwoordig gezien als een wandelweg. Hij zou rustig moeten zijn en blijven. In feite wordt hij niet gerespecteerd, stuk gereden, opengegooid en verfomfaaid achtergelaten. Beheer beperkt zich tot jaarlijks maaien, afvoer van maaisel komt er niet bij: geen tijd, geen personeel. Er wordt gedacht aan verharding en fietspad. (+ voetwegel, + toegangsweg, + uitbatingsweg, + ...)
Zoveel drogredenen om toch maar niet te moeten zorgen voor een bestaande Pastorijwegel, want die zou wel eens kunnen gebruikt worden? Een wandelwegel hoort thuis in een rustig gebied zonder om het even welk verkeer. Langs een beek is zijn meest geschikte plaats, zowel in woon-, landbouw-, als om het even welke zone. De beek is een noodzakelijk natuurgebied, de berm ernaast is de snelst uitsijpelende strook die van nature uit eerst bewandelbaar zal zijn.

Een wandelweg langs een beek, dwars door een gemeente blijft een zone van rust voor de toekomst. Het zal opvallen dat bepaalde bewoners de beek gebruiken om meer cachet aan hun tuin te bezorgen, terwijl anderen zich afschermen... Om toch maar zeker dat stukje natuur, die beek en die Meerskens niet te moeten zien? Of wordt de beek als vuilnisbelt beschouwd?

We gaan nu trachten de Pastorijwegel te volgen tot aan de weg naar de Populierenwijk. Het was eertijds een prachtige wandelweg tussen knotwilgen, water en elzenkanten.Geef uw ogen de kost en denk na.

11° De Populierenwijk.

De rijksweg werd aangelegd om het doorgaand verkeer buiten de bebouwde kom te houden.Door het bouwen van de Populierenwijk is de weg opnieuw binnen de bebouwde zone komen te liggen.We kunnen gebruik maken van een voetpad om ons van de ene plaats naar de andere te begeven. Echter, een rustige wandeling in een stukje natuur kunnen we dergelijke verplaatsingen niet noemen. Een wandelpad langs de beek kan dat wel zijn, en vlak bij de deur. De nabijheid van een wandelwegel zou de leefkwaliteit voor de wijkbewoners zeker verhogen.

12° De Lange Dreef.

Het was de veelgebruikte wandelweg naar de Heide van Waasmunster. Het was de dreef langs waar de jagers op jacht trokken: het was een privédreef, geen openbare weg naar Waasmunster. Er was een slagboom om de dreef af te sluiten. Alleen fietsers en voetgangers konden er vrij gebruik van maken. De arduinen paal is nog een overblijfsel van de afsluiting.

De openbare weg naar Waasmunster, die was langs de Vijverstraat vanaf "Den Ouden Blauwen", vanaf Belseledorp. .

13° "Den Ouden Blauwen"

De oversteekplaats over de Belselebeek. Een afspanning voor reizigers en commercanten. Een plaats waar veel zweet is gelaten om over de beek te geraken. De oude, inmiddels verdwenen huisjes, stonden hier naar de zon en de beek gericht. (Aan de oversteek was immers steeds wat te beleven.) De nieuwe huizen werden naar de straat gericht

We staan hier op het diepste punt van de wandeling: ( 14,5 m. boven de zeespiegel.) Om het waterpeil op de beek en in de vijver van het kasteel te regelen was hier een sluizenstelsel gebouwd. Dit is door de stad Sint-Niklaas afgebroken omwille van waterproblemen. (Het sluizenstelsel had moeten doen nadenken.) De echte problemen zitten echter stroomafwaarts aan de spoorweg Gent-Antwerpen waar het konduit veel te klein is en stroomopwaarts waar het dal wordt afgedamd en opgevuld.

De Vijverstraat met het Hof van Belsele zijn nog rustig gebied dat geen beletsel vormt voor een rustige wandelweg dwars door Belsele. Het Hof van Belsele is gebouwd aan de uithoek van de Meerskens. De vijver is gegraven en de Kasteeldreef is tot leven geroepen om de beek buiten het domein van het kasteel te houden. De vijver wordt hier "De Wal " genoemd. Het is echter de Kasteeldreef die als wal fungeert. De gemetste bruggen vallen op. Ze zijn oordeelkundig gemetst om geen waterproblemen te veroorzaken. Op de muur van de gracht groeien nog een viertal originele Belseelse tongvarens. Het zijn wellicht de laatste.

Bij het terugkeren zullen we ervaren dat we het dal verlaten: het dorpsplein ligt ongeveer drie meter hoger dan de beek, het zal dus klimmen betekenen.

EEN RUSTIG BELSELE.
EEN RUSTIGE WANDELWEG DWARS DOOR BELSELE, LANGS EEN GOED ONDERHOUDEN EN MOOIE BEEK.
BOUWEN WAAR HET VERANTWOORD IS: hoog en droog.
Bouwen en overleggen met de omwonenden? Of overleggen met stadsdiensten?
We kunnen er eens over nadenken.
Mogelijk? Zinvol? Verrijking van de leefkwaliteit? Belsele trekpleister voor wandelaars?
Primeert rustige leefkwaliteit? Of zal bouwwoede bepalen hoe we hier verder MOETEN leven? Op straat! Straatlopers?
Bouwzone ? Of woonzone? Of leefzone? Allemaal hetzelfde?

O. Burm.

terug naar startpagina